Op deze secundaire wegen hou je best rekening met een gemiddelde snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur. Trager, dus. Dat wel.
Maar met tal van interessante tussenstops verhef je de rit tot een mini-reisje, nog voor je échte vakantieperiode aanvangt. Een anoniem snelweghotel kan dan bijvoorbeeld al snel plaats ruimen voor een pittoreske B&B! Zalig.
Alternatieve route via Centre-Val de Loire en Occitanie
Start je reis in Nord-Pas-de-Calais, net over de grens. Wie wil stoppen voor cultuur, kan een halte in Arras, Béthune of Lens inlassen. Op die laatste plek is het Louvre-Lens-museum een aanrader.
Zet je je reis verder richting Parijs, dan stoot je in de streek Picardië op de Hoge vallei van de Somme en de omgeving van Amiens, van Noyon-Compiègne en van Senlis-Chantilly. Als grootse kastelen, prachtige kerken, koninklijke abdijen en gotische kathedralen jouw ding zijn, vind je langs deze route tal van knappe ‘photo opportunities’.
Verder richting het zuiden maak je een bocht rond Parijs om de regio Centre-Val de Loire te bereiken. Ook deze regio staat bekend om haar kastelen. Langs de Loire en haar zijrivieren alleen al vind je meer dan 140 exemplaren terug. Op de website van Explore France staan talloze tips voor bezoeken, overnachtingen, activiteiten en evenementen.
Lees verder onder de afbeelding …
Doorkruis je de rustige Limousin, kom je vervolgens in de voormalige Midi-Pyrenées terecht. Die vormt nu een onderdeel van de nieuwe regio Occitanië. Enkele publiekstrekkers — een rit over het indrukwekkende viaduct van Millau, een vaart op de Canal de deux Mers en een bezoek aan Ariège, Cahors, Rocamadour, Villefranche-de-Rouergue en uiteraard het immer charmante Toulouse.
De route naar het zuiden eindigt in de Languedoc-Roussillon. Ook hier vind je weer een erg brede waaier aan toeristische mogelijkheden. Met een klein ommetje kom je in Carcassonne terecht, maar wie de gps op de Côte d’Azur heeft ingesteld, kan via de kastelenroute in de Aude naar Cabaret, Tour Régine, Surdespine en Quertinheux. Stuk voor stuk erg mooie plekjes. Nog steeds in Occitanië is ook Canal du Midi een prachtige plaats om te blijven hangen. Dit kanaal eindigt in de Middellandse Zee, vlakbij Béziers. Van hieruit kun je — min of meer — langs de kust verder reizen naar Montpellier, Marseille en — waarom ook niet — Cannes en Nice.
Tip — je kunt ook langs het Canal du Midi of van Toulouse naar Sète fietsen. Niet in één keer natuurlijk, maar in meerdere etappes.
Alternatieve route via de befaamde N7
De N7 of Route Nationale 7 is een uitstekend alternatief voor wie de tijd neemt om onderweg stil te staan bij de geschiedenis, de cultuur en de natuur van Frankrijk. Deze Franse variant van de Amerikaanse Route 66, begint officieel vanaf de Notre-Dame in Parijs maar vermoedelijk wil je deze halte overslaan.
Wijzer is het om in een boog om Parijs meteen naar Fontainebleau te rijden, een slordige 65 kilometer ten zuiden van de Franse hoofdstad. Daar aangekomen heb je twee opties — de N7 blijven volgen of de N6 nemen. Veel verschillen deze opties niet, daar de N6 in Lyon sowieso weer samenkomt met de N7.
Wie de bordjes van de N7 volgt, kan haltes voorzien in Montargis, Briare, Nevers, Moulins en Roanne. Onderweg druipt de nostalgie letterlijk van de gevels af. Kom je in Lyon toe, kan je halt houden bij het Musée de Confluences, waar wetenschap en antropologie elkaar ontmoeten.
Let op — de bordjes met N7-opschrift worden niet overal meer gebruikt. Deze werden op diverse plaatsen immers vervangen door andere benamingen, waarin het cijfer 7 evenwel werd behouden. Vanaf Fontainebleau is het achtereenvolgens uitkijken naar de D7, de RNIL7, de D607, de D2007, de D907, de D307, de D907, de D7N, de DN7 en de D6007. Het is met andere woorden niet onverstandig om vooraf je route in detail uit te stippelen. De website van Touring helpt je graag op weg!
Dan is het weer even allemaal rechterpedaal wat de klok slaat! Net voorbij de miljoenenstad slingert de N7 immers verder naar Vienne en Valence. Nabij de Rhône kom je in de zogeheten ‘Midi’ terecht, het zuidelijke gedeelte van Frankrijk. Vanaf Montélimar, onder meer bekend van de nougat, waan je je opnieuw in de jaren 50 en 60. Nog zuidelijker — in Avignon — mag je de befaamde brug over de Rhône niet missen.
Vervolgens kom je in Aix-en-Provence terecht. De kust is nu wel erg dichtbij. Rij langzaam richting Fréjus en geniet met volle teugen van de landschappen. Tip — hou even halt bij het indrukwekkende aquaduct van Roquefavour, wat Marseille lange tijd van water voorzag.
Lees verder onder de afbeelding …
Vanuit Fréjus brengt de N7 je rechtstreeks naar de Middellandse Zee, maar zit jouw reis-in-reis er volgens jou nog niet op, dan kan je via de RN98 naar de Corniche d’Or. Deze Route National loopt langs de kustlijn, snijdt dwars door rode rotsformaties heen en wordt tot een van de mooiste wegen van Frankrijk gerekend. Een absolute aanrader!
Let op — reis steeds in meerdere etappes
Deze twee alternatieve routes zijn natuurlijk bedoeld om in meerdere etappes te rijden. Probeer de eerste dag in elk geval voorbij Parijs te geraken, zodat je die verkeersknoop ‘s avonds kan doorspoelen met een heerlijk glas op een zonnig terras.
Kies je voor de route via Occitanië, dan kan je een eerste overnachtingsplaats zoeken in de regio Centre-Val de Loire. Zo behoren de buurt van Orléans — 435 kilometer van Brussel — of de buurt van het prachtige kasteel van Chambord — 500 kilometer van Brussel tot de mogelijkheden. De volgende dag bereik je na circa 350 kilometer Corrèze, ten zuiden van het Parc Naturel de Millevaches en Limousin. De dag daarna sta je na een kleine 300 kilometer aan de poort van Toulouse. Trek je nog eventjes verder, dan kan je een tussenstop in Carcassonne inlassen. Op dat ogenblik kun je de Middellandse Zee van Agde, zo’n 120 kilometer verderop, al ruiken.
Kies je voor de route via de N7, dan kan je een eerste stopplaats in Fontainebleau — 370 kilometer van Brussel — inlassen. Op dag twee stel je je gps-toestel op Lyon in, wat ongeveer 400 kilometer verderop ligt. Let op — dit traject neemt langs de ‘trage’ N7 minstens zes uur in beslag. Alternatief is om een overnachtingsplaats te zoeken in of nabij Roanne om de volgende dag te eindigen in Valence of Montélimar, wat respectievelijk 200 kilometer en 240 kilometer verder ligt. De laatste etappe brengt je naar het hart van de Côte d’Azur — Fréjus, wat ongeveer 300 kilometer verder ligt, vlak tussen de bekende badplaatsen Cannes en Saint-Tropez.
Liever een eigen alternatief?
Dat kan zeker! Zo kan je ervoor kiezen om de eerste stukken via de autosnelweg af te leggen en pas richting het einde over te schakelen op de tragere, meer schilderachtige routes. Zo kom je toch al geleidelijk aan in de juiste vakantiestemming.